1884 HERMETIC BROTHERHOOD OF LUXOR


"Allen welkom in de edele compagnie van ware beoefenaars der heilige alchemie, wie edele praktijken de mensen leert hun geheimen te verhullen in een mystieke taal."
( Theatrum Chemicum Britanicum )

Wat het ontstaan betreft van deze Orde tasten we voorlopig nog grotendeels in het duister. Deze Orde bestond in Europa onder de naam ‘La Fraternité Hermétique de Louxor’ vooraleer ze een afdeling had in de Verenigde Staten.

De leden van de ‘Hermetic Brotherhood of Luxor’ waren : Max Theon, T.H.Burgoyne, Peter Davidson, Edward George Bulwer-Lytton ( 25/05/1803 - 18/01/1873 )( Imperator van de S.R.I.A.), Pascal Beverly Randolph ( 1815 - 1875 ), Papus, Helena Petrovna Blavatsky, Josephine Cables, Elliot B.Page, Thomas Moore Johnson, Dr. Jirah Dewey Buck, William B. Shelley, Augustin Chaboseau, René Philipon, Paul Sédir, Arthur Arnould, Louis Dramard, Henry Wagner, Belle Wagner, François Charles Barlet, Sylvester Clark Gould, Sir Simon Hamilton, Sir Arthur Holmgood, Lord Melbury, e.a.

De Orde had leden in Egypte, Indië, Schotland, Frankrijk en USA.

De echte ontstaansdatum van de Orde is niet met zekerheid gekend. Geen enkele bron wijst op een aktiviteit van deze Orde voor 1870.

De ‘Hermetic Brotherhood of Luxor’ werd vermoedelijk opgericht rond het jaar 1870 in Groot-Brittannië. Hetzelfde geldt trouwens voor de ‘Brotherhood of Light’ welke nauw verweven was met deze Orde. Het probleem is dat beide Ordes geregeld werden gereorganiseerd.

Max Theon ( psudoniem voor Louis-Maximilian Bimstein ) ( 1850 - 10/3/1927 ) was hoofd van de Orde in Europa. De exacte naam van Max Theon is al evenmin met zekerheid geweten. Max Theon was van Joods Poolse afkomst. Tijdens een verblijf in Cairo ( Egypte ) was hij in 1871 - 1872 samen met Blavatsky leerling van een Koptisch Magiër met de naam Paulos Metamon.

Metamon kent nog andere pseudoniemen zoals Hurrychund Chintamon en Christamon.

Metamon speelt een belangrijke rol in de eerste jaren van de Theosofische Vereniging. Metamon was Voorzitter van de ‘Bombay Arya Samay’. Hij correspondeerde veel in de jaren 1877 - 1878 met Blavatsky en Henry Steel Olcott. Metamon bezocht Groot-Brittannië in 1879 of 1880 en bleef er tot 1883. Na 1833 ging hij terug naar Indië.

In 1870 gaat Theon naar Groot-Brittannië en sticht er samen met een vioolbouwer Peter Davidson ( 1837 - 1915 ) een buitencirkel van de Orde.

Peter Davidson was lid sinds 1884 van een occulte Orde waarvan de naam niet gekend is. Uit brieven gericht aan Captain F.G.Irwin van november 1877 weten we dit met zekerheid.

Hij had contacten met een Oosters ingewijde in 1873 en in 1887 in Tibet.

In 1886 emigreerde Davidson naar de Verenigde Staten. Hij schrijft veel brieven naar de Orde in Europa.

Uit brieven van 1895 weten we dat Davidson lid was van verscheidene Ordes o.a. de ‘Groupe Indépandante d’Etudes Esotériques’ van Papus.

De ‘Fraternité de l’Etoile’ was opgericht in 1889 door René Caillié ( 1831 - 1896 ) en Albert Jounet ( 1863 - 1923 ). Deze groep kende een aantal Martinisten onder hen. Caillié was lid van de ‘Hermetic Brotherhood of Luxor’. De ‘Morning Star’ fungeerde voor een tijd als officieel tijdschrift voor de Martinistenorde onder leiding van Papus. Papus was trouwens lid van de ‘Hermetic Brotherhood of Luxor’ of ‘La Fraternité Hermétique de Louxor’.

In 1890 ontmoette Davidson, Edouard Blitz. Blitz was lid van de Suprême Conseil van de ‘Ordre Kabbalistique de la Rose-Croix’. Hij was door Frankrijk aangesteld als ‘Délégate’ voor de Verenigde Staten.

Nog een andere connectie was François-Charles Barlet eveneens lid van de ‘Suprême Conseil de L’Ordre Martiniste’ en de ‘Ordre Kabbalistique de la Rose-Croix’ .

Barlet was gedelegeerd afgevaardigde van de ‘Hermetic Brotherhood of Luxor’ voor Frankrijk. Barlet werd bijgestaan door Pierre Deullin die Martinist was en tot de Orde van Papus toetrad op 31/05/1909.

Barlet en Deullin bezochten Max Theon in Algerije in 1900 en 1901. In die periode publiceerde Max Theon enkele geschriften onder de pseudoniem ‘Aia Aziz’.

De leerstellingen van de Orde worden voor het eerst gepubliceerd in 1876 in twee delen in een vertaling van Emma Hardinge Britten ( 1823 - 1899 ).

T.H. Burgoyne ( pseudoniem voor Thomas Henry Dalton )( 1855 - 1894 ), van Schotse afkomst en officiant van de ‘Hermetic Brotherhood of Luxor’, contacteerde de Orde vermoedelijk in het jaar 1883. Later had hij persoonlijk contact met Max Theon.

Burgoyne schreef talrijke werken over occultisme. Velen zijn in de jaren 1887 en 1888 gepubliceerd in het tijdschrift ‘The Platonist’.

Kapitein Norman Astley, een op rust gesteld legerofficier van het Britse leger, had contacten met deze Orde en eveneens met Max Theon. Kort na zijn huwelijk ging hij in Californië wonen en bouwde er einde jaren 1860 zijn huis.

Het was in dit huis dat Burgoyne geruime tijd verbleef. Hij besloot samen met enkele studenten, die hij hiervoor betaalde, de leerstellingen van de Orde in de vorm van lessen te schrijven. Het eerste manuscript heette ‘Light of Egypt’. Het werd onmiddellijk vertaald naar het Frans, het Spaans en het Russisch. De Franse vertaling werd verzorgd door René Philipon een vriend van René Guénon.

De lessen werden in boekvorm uitgegeven. Dr. Henry Wagner en Belle Wagner financierde het hele project. Vermoedelijk gebeurde dit in 1887. Deel 1 van zijn lessen verscheen in 1889. Deel 2 verscheen in 1900.

De Orde is strikt hiërarchisch opgebouwd. Hun leerstellingen worden per correspondentie geleverd en vragen aan hun leerlingen ernstige inspanningen. Veel van de lessen zijn samengesteld door T.H.Burgoyne.

Aanvankelijk volgde Davidson, Burgoyne in zijn werkzaamheden. Na een tijd ging Davidson zijn eigen weg en stichtte in 1886 zijn eigen Orde onder de naam ‘Order of the Cross and the Serpent’.

T.H.Burgoyne was de eerste sekretaris-generaal van deze Orde. Papus, Sédir, Augustin Chaboseau, Barlet en Marc Haven waren er lid van. Deze laatsten waren tevens ook allen Martinisten. Dat Papus lid was van deze Orde weten we van zijn zoon Philippe Encausse.

Hij schrijft : "Cette société joua vraisemblablement un rôle important dans le domaine des réalisations pratiques et, à partir de 1885, Papus dut être l’un des agents les plus actifs de cette société, dans la sphère où il devait faire autorité en France."

Gérard Encausse ( Papus ) schreef in zijn ‘Traité méthodique des sciences occultes’ :

"Cercle extérieur, nouvellement ouvert d’un centre fort ancien d’initiation, Le Hermetic Brotherhood of Luxor se propose de développer la théorie occulte sous le point de vue de l’intellectualité et par les traditions propres à l’Occident ; elle enseigne des pratiques tendant aux développements des facultés spirituelles."

"L’entrée en est très difficile et soumise, sans appel, aux tendances occultes des postulants, déterminées par l’examen ésotérique de leurs apitudes ( en fait, sur l’étude du thème astrologique )."

"Le Hermetic Brotherhood of Luxor fait travailler ses associés en leur transmettant des instructions et en les aidant dans leurs études et exercices, chacun personellement. Cette société a de nombreux membres en Egypte, dans l’Inde, en Ecosse, en France et en Amérique."

Pascal Beverly Randolph ( 1825 - 1875 ) van Afrikaanse afkomst had al een stevige reputatie opgebouwd vanaf 1850. Hij was geobsedeerd door het spiritisme. Hij fungeerde zelf ook als medium. Uiteraard viel dit in goede aarde bij de Franse occultisten van zijn tijd die deze materie onderzochten.

In 1855 bezocht hij Frankrijk en verbleef in de spiritistische kringen van Baron Jules Du Potet de Sennevoy en Louis Alphonse Cahagnet. Hier werd Randolph geconfronteerd met de grote verschillen in occulte en esoterische kennis tussen het Europese en Amerikaanse continent. Terwijl de Verenigde Staten het occultisme eerder vanuit een theoretische kennis benaderde kende het Europese continent praktisch gerichte occulte technieken. De verschillen zijn uiteraard te vinden in de eeuwen oude traditie van de Europese cultuur.

In de jaren 1857 en 1861 bezocht Randolph dezelfde occulte genootschappen en broederschappen als zijn Europese broeders. Hij ging op zoek naar kennis in Egypte, Palestina, Turkije en Perzië.

In Europa leerde Randolph het gebruik van occulte technieken en het gebruik van hashish. Voor Randolph was dit een echte openbaring.

Het is in deze periode dat Randolph gewag begint te maken omtrent zijn kennis over sexuele magie. Hij vertelde dit geheim te hebben ontdekt op zijn reizen in het nabije Oosten. Zo ontstond in 1861 de ‘Eulis Brotherhood’ die leden had in Europa en de Verenigde Staten.

Vermoedelijk leerde hij hier ook de Europese tak kennen van de ‘Hermetic Brotherhood of Luxor’. Sommige historici, zoals René Guénon, nemen aan dat de ‘Eulis Brotherhood’ de wortels bevatte van de ‘Hermetic Brotherhood of Luxor’. Opvallend is dat vele theorieën omtrent de sexuele magie van Randolph terug te vinden zijn in de ‘Hermetic Brotherhood of Luxor’.

Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog gaat Randolph terug naar de Verenigde Staten en wordt er de voortrekker voor de afschaffing van de slavernij. Hij werd er bevelhebber van een legerafdeling die vooral recruteerde uit de slaven van de Zuidelijke Staten. Hij trok de aandacht van A.H.Hitchcock en President Abraham Lincoln.

Schijnbaar verliet hij de ‘Hermetic Brotherhood of Luxor’ en kantte zich tegen de Theosofische Beweging van Blavatsky. Hij stierf op zeer geheimzinnige wijze in 1875.

Volgens sommigen zou hij een occulte dood zijn gestorven omdat hij enkele geheimen had prijs gegeven.

Zijn dood kent sterke gelijkenissen met de dood van Nicolas Montfaucon de Villars ( 1635?-1640? - 03/1675 )( Abbé Nicolas ) die in zijn ‘Comte de Gabalis, ou Entretiens sur les science secrètes’ iets te ver was gegaan met het ontsluieren van zekere geheimen. Montfaucon de Villars publiceerde zijn roman op 21/11/1670. Op een komische wijze ontsluierde hij enkele geheimen van de Rose+Croix. Hij werd vermoord met een revolverschot  in de omgeving van Lyon op de weg Parijs-Lyon. De moord werd nooit opgehelderd. Zijn boek was wel een bestseller. De historicus René Nelli betwijfelt tenstelligste of dit wel het ware verhaal is. Hij deed een onderzoek naar deze hele zaak en mag met grote stelligheid veronderstellen dat Nicolas Montfaucon de Villars eerder het slahtoffer is geweest van een Vendetta.

Sir Edward George Bulwer-Lytton ( 1803 - 1873 ) was politicus, schrijver en tevens Imperator van de ‘Societas Rosicruciana in Anglia’. Hij was sterk bevriend met Eliphas Lévi. Zijn boeken ‘Zanoni’ en ‘The coming Race’ zijn voorbeelden van esoterische symboliek. Hij correspondeerde met zowat alle occultisten uit zijn tijd. Het bekendste werk van hem is ‘The last days of Pompeï’ (1834). Hij heeft een belangrijke rol gespeeld in het Britse politieke leven. Hij was parlementslid en afgevaardigde van Saint-Ives en Lincoln. Van 1858 tot 1859 was hij minister van Koloniën. Bulwer-Lytton was tevens lid van de ‘Hermetic Order of the Golden Dawn’. Alhoewel Bulwer-Lytton reeds overleden was voor de officiële oprichting van de ‘Hermetic Brotherhood of Luxor’ is er voldoende reden om aan te nemen dat ook hij de eerste contacten had op het Europese continent net zoals Randolph.

De Orde hechtte veel belang aan de studie van de Kabalah. Haar initiaties zijn een afspiegeling van de Otz Chim, de Sephiroth en de Paden. Dergelijke strukturen vinden we tevens in andere Ordes zoals de ‘Hermetic Order of the Golden Dawn’, ‘Astrum Argentinum’ en ‘L’Ordre du Temple et du Graal’.

Hier volgt een gedeelte uit een brief van Blavatsky waar ze zelf bevestigd lid te zijn van deze Orde.

"Some time since a Mr. Mendenhall devoted several columns, in The Religio-Philosophical Journal, to questioning, cross-examining, and criticizing the mysterious Brotherhood of Luxor. He made a fruitless attempt at forcing the said Brotherhood to answer him, and thus unveil the sphinx.

I can satisfy Mr. Mendenhall. The Brotherhood of Luxor is one of the sections of the Grand Lodge of which I am a member. If this gentleman entertains any doubt as to my statement—which I have no doubt he will—he can, if he chooses, write to Lahore for information. If, perchance, the seven of the committee were so rude as not to answer him, and should refuse to give him the desired information, I can then offer him a little business transaction. Mr. Mendenhall, as far as I remember, has two wives in the spirit world. Both of these ladies materialize at M. Mott’s, and often hold very long conversations with their husband, as the latter told us several times and over his own signature; adding, moreover, that he had no doubt whatever of the identity of the said spirits. If so, let one of the departed ladies tell Mr. Mendenhall the name of that section of the Grand Lodge I belong to. For real, genuine, disembodied spirits, if both are what they claim to be, the matter is more than easy; they have but to enquire of other spirits, look into my thoughts, and so on; for a disembodied entity, an immortal spirit, it is the easiest thing in the world to do. Then, if the gentleman I challenge, though I am deprived of the pleasure of his acquaintance, tells me the true name of the section--which name three gentlemen in New York, who are accepted neophytes of our Lodge, know well—I pledge myself to give to Mr. Mendenhall the true statement concerning the Brotherhood, which is not composed of spirits, as he may think, but of living mortals, and I will, moreover, if he desires it, put him in direct communication with the Lodge as I have done for others. Methinks, Mr. Mendenhall will answer that no such name can be given correctly by the spirits, for no such Lodge or Section either, exists at all, and thus close the discussion."

De ‘Hermetic Brotherhood of Luxor’ was een geduchte concurrent voor de ‘Theosofical Society’.

Deze Orde zou vandaag nog bestaan en kent slechts weinig leden maar dan wel van een hoge inwijding. Het hoofdkwartier bevindt zich momenteel in Zürich, Zwitserland. Op basis van de laatste gegevens zou er eveneens een tak aktief zijn in Italië.

 

 

 

1