1780 HET MARTINISME en LOUIS CLAUDE DE SAINT-MARTIN


Toen de Eenmalige, gezegend zij Hij, de eerste mens schiep, shiep Hij hem tweeslachtig.

( Midrash Rabbah 8:1 )

 

Het Martinisme kan men best beschouwen als de verzamelnaam van alle ‘volgelingen’ van de Franse mysticus Louis Claude de Saint-Martin ( 18/01/1743 - 13/10/1803 ).

Het is vooral gebaseerd op de geschriften van deze man. Het Martinisme is sterk gekoppeld aan de Elus-Cohens opgericht door Martinez de Pasqually in 1754.

In principe heeft Louis Claude de Saint-Martin nooit een Orde opgericht. De datum die wordt opgegeven is slechts indikatief.

 

Maar ! Onder Martinisten wordt ook verstaan de volgelingen van Martinez de Pasqually. Men spreekt soms ook van Martinezisten. In de strikte betekenis van het woord kan het Martinisme dan beschouwd worden als opgericht in 1768 door Martinez de Pasqually.

Het zal echter wel duren tot 1887 vooraleer de Martinistenorde in haar huidige vorm zal worden opgericht door Gérard Encausse ( beter gekend als Papus ) en zal uitmonden in de ‘Suprême Conseil de L’Ordre Martiniste’ in 1891.

Louis Claude Saint-Martin werd secretaris van Martinez de Pasqually.

Samenvattend kunnen we zeggen dat wat onder ‘Martinisme’ wordt verstaan de verzameling is van de volgende vijf groepen en/of Ordes.

1.‘L’Ordre des Chevaliers Maçon Elus Cohens de l’Univers’ opgericht in 1758 door Martinez de Pasqually.

2.‘L’Ordre des Chevaliers Bienfaisants de la Cité Sainte’ opgericht op 28/8/1778 door Jean-Baptiste Willermoz, behorend tot de hogere graden van le ‘Régime Ecossais Rectifié.’

3.‘L’Ordre Martiniste des Elus-Cohens’ opgericht in 1768 door Martinez de Pasqually.

4. De vrienden en discipelen van Louis Claude de Saint-Martin. In deze groep gaat het om directe ingewijden zonder enige vorm van rituele handeling.

5.‘L’Ordre Martiniste’ opgericht door Papus in 1887 eerst onder de naam van ‘L’Ordre des Supérieurs Inconnus’.

Louis Claude de Saint-Martin werd geboren op 18/01/1743 te Amboise. Sommige historici of Martinisten beweren dat hij markies was. Het was een edel en nobel mens, niets meer en niets minder.

Op zijn twaalfde liep hij school in het college van Pontlevoy bij de Benediktijnen. Tijdens de jaren 1759 tot 1762 gaat hij rechten studeren. Zijn vader was burgemeester van Amboise zijn moeder was op jonge leeftijd gestorven.

Op 7/8/1762 wordt Louis Claude de Saint-Martin Voorzitter van het gerechtshof van Tours. In de enkele jaren die er op volgden ondernam hij twee zelfmoordpogingen. Het gerechtelijk leven was hem blijkbaar niet gegeven.

In 1765 trad hij toe in het regiment van Foix. Hij werd er luitenant op 23/7/1769. In 1771 verliet hij het leger.

Louis Claude de Saint-Martin was ingewijd in de ‘Elus-Cohens’ van Martinez de Pasqually en in de ‘Rite Ecossais Rectifier’. Hij had ook contacten gezocht met ‘Les Philalèthes’. Hij werd er wel geen lid van.

Onder invloed van kapitein Grainville werd hij ingewijd in de ‘Elus-Cohens’ in 1768. Hij werd geïnitieerd door een zekere Baudry de Balzac (1) in de jaren 1765 tot 1768. De Orde had toen drie graden. Saint-Martin werd ‘Commandeur de L’Oriënt’ op 15/12/1768. Op 17/04/1772 kreeg hij de graad van "Reau+Croix". Deze laatste inwijding had drie dagen geduurd. Kort hier op volgend werd hij sekretaris van Martinez de Pasqually van 1771 tot 1773.

In september 1773 leert hij Jean-Baptiste Willermoz kennen met wie hij gedurende twee jaar brieven schrijft. In 1774 reist hij samen met een broer van Willermoz naar Italië. In 1775 woonde hij bij Willermoz te Parijs.

Deze occulte bezigheden werden niet erg door zijn familie geapprecieerd.

Saint-Martin initieerde eveneens vrouwen. Zo heeft hij de zuster van Willermoz, Claudine-Thérèse Provensal, ingewijd in de hogere graden van de ‘Elus-Cohens’. Een handeling dat in die tijd als progressief mag worden beschouwd.

In 1777 was Louis Claude de Saint-Martin in Versailles, drie jaar na de dood van Martinez de Pasqually. In deze periode tracht hij de ideeën van de Pasqually, die eerder magisch en theurgisch waren gericht, te verweven met zijn ideeën omtrent het mystieke Christendom. Dit werd in de Tempels van de Elus-Cohens niet positief onthaald. Dit was de reden dat Louis Claude de Saint-Martin zich terugtrok uit de Elus-Cohens. Hij zette zijn werk als schrijver voort en publiceerde enkele werken.

Zelf richtte hij nooit een Orde op. Hij initieerde zijn leerlingen rechtstreeks zonder enige vorm van rituele handeling. Saint-Martin was wel medeoprichter van ‘La Société Philantropique’ in 1780. Deze vereniging richtte hij samen op met Savalette de Langes, Tavannes, Blin de Sainmore, Girard en Jeanroi.

Saint-Martin heeft nog talrijke andere occultisten en mystici gekend. Op 4/2/1784 werd hij opgenomen in ‘La Société de l’Harmonie’ opgericht door Anton Mesmer en Nicolas Bergasse op 10/3/1783. Hij werktte er samen met Puységur.

Op 4/7/1785 wordt hij opgenomen in ‘La Société des Initiées’. Deze Orde was opgericht door Willermoz op 10/04/1785 waar enkel leden van ‘L’Ordre des Chevaliers Bienfaissants de la Cité Sainte’ waren toegelaten.

Op 15/1/1787 gaat hij voor enkele weken naar Groot-Brittannië in gezelschap van de Russische prins Galatzin, een discipel van hem. Hij leert er de vertalingen kennen van Jacob Boehme door William Law ( 1686 - 1761 ) en Belz. Hij blijft in Londen tot juli 1787.

Arthur Edward Waite schrijft dat Louis Claude de Saint-Martin in contact kwam met William Law. Law was echter in 1787 al 16 jaar dood. Louis Claude de Saint-Martin zou ook contact gehad hebben met Friedrich Wilhelm Herschel ( 1738 - 1822 )(2).

Op 4/7/1790 trekt hij zich terug uit de Vrijmetselarij met het uitdrukkelijk verzoek om zijn naam uit alle archieven te schrappen. Hij blijft wel Elus-Cohen.

Via een brief van 24/12/1799 leert hij Rudolph Salzmann kennen die geïnitieerd was in een Orde in Strasbourg ( toen in Duitsland ). Deze Orde bestudeerde de werken van Jacob Böhme ( 1575 - 1624 ), Johann Georg Gichtel ( 1638 - 1710 ), Heinrich Kunrath en Ueberfed. Salzmann was in die periode de grote kenner van de werken van Jacob Böhme.

Gedurende zijn talrijke reizen maakte hij vele discipelen. We willen er hier nadrukkelijk op wijzen dat de ‘vriendenkring’ van Louis Claude de Saint-Martin geen enkele struktuur kende die we terugvinden bij andere Ordes.

Martinez de Pasqually was zeer schaars met het doorgeven van zijn kennis. Louis Claude de Saint-Martin was een van zijn lievelingsdiscipelen.

Louis Claude de Saint-Martin ging dezelfde weg op en was zeer kieskeurig met zijn leerlingen. Hij toonde de weg naar het innerlijke licht. Het was zijn taak om onder de mensen, die haast uitsluitend op het materiële waren gericht, diegenen uit te kiezen die klaar waren voor de innerlijke verlichting. Het was nodig de kleine vlam die in elk levend wezen brandde aan te wakkeren. Louis Claude de Saint-Martin noemde de mensen die uitsluitend aan het materiële gehecht waren de ‘levende doden’. Bij hen wie het kleine vlammetje begon te flikkeren noemde hij ‘Les hommes de désir’. Het was meteen ook de titel van een van zijn boeken.

Louis Claude de Saint-Martin was geen theurg. Hij gebruikte geen rituelen. Hij bewandelde de weg van het ‘hart’. Een onmiddellijke initiatie op de ‘Weg naar Verlichting’.

Saint-Martin was een man van een kultuur die kleine elementen aanbracht om een ‘nieuwe mens’ te maken. Hij zocht het evenwicht tussen lichaam, ziel en geest.

Hij zocht dit niet binnen ingewikkelde occulte constructies zoals in die periode veelal gebruikelijk was. De overgave aan het spirituele, de direkte weg, dat was zijn doel. De overgave aan het spirituele zorgde voor een vonk die de aanzet was tot ‘L’homme de désir’.

Martinez was de eerste leraar van Louis Claude de Saint-Martin, Jacob Böhme was de tweede. Louis Claude de Saint-Martin vertaalde werken van hem naar het Frans. Met Jacob Böhme had hij de weg gevonden tot vervolmaking van l’Homme de désir.

Saint-Martin was een mens van verlangen dat eigen is aan ieder mens. Dit verlangen is het pijnlijke gevoel dat zich afscheid van het bestaan van de essentie van het leven zelf. De hereniging van deze gescheidenheid is de Verlichting in de zin van Louis Claude de Saint-Martin. Het is een letterlijke toepassing van ‘La Réintegration des êtres’, titel van een boek, geschreven door Martinez de Pasqually.

Volgens Papus en Augustin Chaboseau zou Louis Claude de Saint-Martin toch de bedoeling hebben gehad om een Orde op te richten in 1780 die uit zeven graden zou hebben bestaan. Deze waren Apprenti, Compagnon, Maître, Maître Parfait, Elu, Ecossais en Sage. Uiteindelijk werd deze Orde teruggebracht tot drie graden : Associé, Initié en Adepte. De graad ‘Adepte’ werd dan later ‘Superieur Inconnu’.

De hedendaagse Ordes gebruiken drie tot vier graden. Meestal vinden we de graden : Associé, Mystique en Superieur Inconnu. Sommige Ordes voegen daar een vierde graad aan toe ‘Philosophe Inconnu’ of S.I. IV°.

In sommige Ordes vinden we nog de graad van ‘free initiator’ afgekort als L.I. ( Liber Initiator ) of I.L. ( Initiateur Libre ).

Naast Jacob Böhme kende Louis Claude de Saint-Martin eveneens de werken van Emmanuel Swedenborg. Er bestaat geen enkel bewijs dat Louis Claude de Saint-Martin ooit brieven zou hebben geschreven naar Swedenborg.

Naast de Ordes of genootschappen waar Louis Claude de Saint-Martin lid was had hij veel ‘vrienden’. Het zijn vooral deze ‘vrienden’ ( ‘les amis de Saint-Martin’ of ‘Société des Intimes’) die vooral de ideeën van hem hebben overgedragen. We weten dit uit een brief van 1794 gericht aan professor Koster.

Het is vooral via deze weg dat het ‘Martinisme’ werd doorgegeven van 1803 tot 1882 het jaar waarin Dr.Gérard Encausse ( bijgenaamd Papus ) werd ingewijd.

Een aantal van deze vrienden die rechtstreeks door hem waren ‘ingewijd’ zijn Abbé de la Noue ( 1747 - 1840 ), Prins Kourakine en Jean-Antoine Chaptel ( - 1832 ).

We willen er nogmaals de nadruk op leggen dat Louis Claude de Saint-Martin slechts één initiatie gebruikte. Zelf zegt hij hier het volgende over :

"La seule initiation que je prêche et que je cherche de toute l’ardeur de mon âme est celle par laquelle nous pouvons entrer dans le coeur de Dieu et faire entrer le coeur de Dieu en nous pour y faire un mariage indissoluble qui nous fait l’ami, le frère et l’epoux de notre Divin Réparateur. Il n’y a pas d’autres moyens pour arriver à cette sainte initiation que de nous enfoncer de plus en plus jusque dans les profondeurs de notre être et de ne pas lâcher prise que nous ne soyons parvenus à en sortir la vivante et vivifiante racine."

 

Lijst van werken geschreven door Louis Claude de Saint-Martin

‘Des Erruers et de la vérité’ ( 1775 ) ,’Ode sur l’origine et la destination de l’homme’ ( 1781 ), ‘Tableau naturel des rapports qui existent entre Dieu, l’homme et l’univers’ ( 1782 ), ‘De la poésie prophétique, épique et lyrique’, ‘Phanor, poème’, ‘Discours sur la meilleure manière de rappeler à la raison les nations livrées aux erreurs et aux superstitions’ ( 1785 ), ‘L’Homme de désir’ ( 1790 ), ‘Ecce homo’ ( 1792 ), ‘Le nouvel homme’ ( 1792 ), ‘Lettre à un ami, ou considérations … sur la Révolution française : suivis du précis d’une conférence publique…’ ( 1795 ), Stances sur l’origine et la destination de l’homme’ ( 1796 ), ‘Eclair sur l’association humaine’ ( 1797 ), ‘Réflextion d’un observateur sur la question : Suelles sont les institutions les plus propres à fonder la morale d’un peuple’ ( 1797 ), ‘Essai sur les signes et sur les idées’ ( 1799 ), ‘Le Crocodile’ ( 1799 ), ‘Recension de Crocodile’ ( 1799 ), ‘De l’Esprit des choses’ ( 1800 ), ‘L’Aurore naissante de Jacob Boehme’ ( 1800 ), ‘Le cimetière d’Amboise’ ( 1801 ), ‘Controverse avec Garat’ ( 1801 ), ‘Des Trois principes de l’essence divine par Jacob Boehme’ ( 1802 ), ‘Le Ministère de l’homme-esprit’ ( 1802 ), ‘Oeuvres posthumes’ (1807 ), ‘Quarante questions par Jacob Boehme’ ( 1807 ), ‘De la Triple vie de l’homme par Jacob Boehme’ ( 1809 ), ‘ Des nombres’ ( 1843 ), ‘Cinq textes inédits’ ( 1959 ), ‘Mon portrait historique et philosophique’ ( 1961 ), ‘Conférence avec M. le chev. De Boufflers’ ( 1961 ), ‘Conférences avec M. le Roux, docteur en médicine’ ( 1961 ), ‘Pensées mythologiques’ ( 1961 ), ‘Cahier des langues’ ( 1961 ), ‘Varia’ ( 1962 ), ‘Fragments sur l’Ecriture sainte’ ( 1963 -1965 ), ‘Etincelles politiques’ ( 1965-1966 ), ‘Cahier de métaphisiques’ ( 1966-1968), ‘Carnet d’une jeune Elu Cohen’ ( 1968 ), ‘Notes sur les Principes du droit naturel de Burlamaqui’ ( 1961 ), ‘Réflextions sur le magnétisme’ ( 1969 ), ‘Du somnambulisme et des crises magnétiques’ ( 1969 ).

Deze lijst is afkomstig van Robert Amadou en is van 1979. Op dat moment waren er nog drie boeken die zouden gedrukt worden : ‘Mon livre vert’, ‘Pensées sur les sciences naturelles’, Oeuvres nouvelles’.

De geschiedenis van het ‘Martinisme’ wordt verder gezet in het hoofdstuk ‘1891 Suprême Conseil de L’Ordre Martiniste.’


(1) Baudry de Balzac is geen familie van Honoré de Balzac. Deze laatste werd eveneens ingeijd in de Orde van de Martinisten.

(2) Friedrich Wilhelm Herschel was een astronoom. Hij ontdekte de planeet Uranus.

 

1