OCCULTE EN MYSTIEKE ORDES EN HET SEKTARISME


Niets is helemaal waar en zelfs dat niet.
Multatuli

 

Een vraag die zich met aandrang stelt, sinds het onderzoek naar sekten in veel Europese landen, is of occulte en mystieke ordes of broederschappen onder sekten mogen worden gecatalogizeerd.

Het antwoord daarop is duidelijk ‘neen’.

Op 22 december 1995 werd door de onderzoekscommissie ad hoc, aan de Assemblé Nationale een rapport overgemaakt, beter bekend als het sekterapport, waarin de analyse van de sekten wordt gemaakt. ( Dit is wel het sekterapport van Frankrijk dat als model kan dienen voor andere rapporten van andere deelstaten van de Europese Gemeenschap ).

De commissie stelde volgende kenmerken of eigenschappen vast die er toe hebben bijgedragen of groeperingen al dan niet als een sekte moet worden beschouwd.

De sekte steunt op dogmatische principes die of een religieus of een filosofisch of een therapeutisch karakter hebben. Een combinatie van een of twee elementen kan ook bijdragen tot sektevorming.

Deze principes worden op fanatieke wijze toegepast d.w.z. dat kritisch benaderen van de gebruikte leerstellingen, technieken of overtuigingen worden geweerd.

De leidinggevende figuur is oppermachtig. Dit komt sterk overeen met wat wij meestal als de goeroe-cultus kennen. Eveneens kan de groepering, die dan de plaats inneemt van een enkeling of persoon, het instituut vormen waarnaar men zich te plooien heeft.

De samenhorigheid van de sekteleden is dwangmatig en heeft meestal gevolgen voor individuen die de sekte verlaten.

De vrije keuze van het individu wordt uitgeschakeld zoniet op z’n minst beperkt.

Sekteleden hebben geen individuele vrijheden meer. Zij zijn onderdeel van een groep en de groep gaat voor op het individu.

Zij worden meestal gedestabiliseerd ( hersenspoeling ) om tot de groep kunnen worden toegelaten.

Zij worden niet zelden verplicht tot financiële bijdragen die hun draagkracht verre te boven gaan. Ter compensatie wordt het ‘gratis’ werken voor de sekte als alternatief aangeboden.

Hun kinderen ( en soms andere familieleden ) worden met de sekte verbonden.

Sekteleden hebben allen de eigenschap dat ze een anti-sociale houding wordt aangepraat.

Zij verstoren herhaaldelijk de openbare orde.

Zij zijn niet zelden in rechtszaken verwikkeld.

Financiële fraude is hen niet vreemd.

Zij trachten op leidinggevende plaatsen te infiltreren om niet zelden hun ( opgelegde ) ideologie te verspreiden.

Geen van bovenstaande regels worden aangetroffen in de occulte en mystieke ordes die in deze studie ter sprake komen.

Wat wel gebeurde in de geschiedenis is dat sommige ordes vrij extreme ideeën verkondigden die haaks staan op de principes van een Universele Broederschap.

Een voorbeeld hiervan is het ‘Thule-Gesellschaft’ dat door zijn ‘Ariosophie’ ( de kennis van het Arische ras ) duidelijk antisemitische standpunten innam en onrechtstreeks aanleiding heeft gegeven tot politieke steun aan het later opkomende Nazi-regime.

Uiteraard moet hier enige voorzichtigheid worden getoond voor ‘verkeerdelijke’ interpretaties van bepaalde stellingen in bepaalde ordes of genootschappen.

Niet zelden wordt door individuen een stelling onder een ander kleed verkocht als ‘waarheidsprincipe’.

Een recent voorbeeld is de collectieve zelfmoord van de Zonnetempel ( wat geen broederschap was maar een sekte ). Kenners van dit dramatische gebeuren weten maar al te goed dat de inrichting van de Tempel zeer sterke gelijkenissen vertoonde met de inrichting van een Rozekruiserstempel van Amorc. De leden waren trouwens geen lid van deze orde maar wel hun leiders. Men zou de bedenking kunnen maken dat de orde hier voor verantwoordelijk kan worden gesteld. Doch meen ik hier te mogen stellen dat overname van gedachtengoed uit een orde door niet-leden tot de verantwoordelijkheid behoren van deze individuen en niet tot die van de orde. De Franse Regering vond het echter nodig om Amorc te beschouwen als een sekte in het rapport n°1687 van de Parlementaire Commissie van 10 juni 1999.

In deze studie is er vanuit gegaan dat van zodra een van deze fenomenen zich voordoet er onmiddellijk de aandacht zal worden op gevestigd.

Hetzelfde geldt voor sekten. Ordes die niet behoren tot de traditionele inwijdingsscholen worden heel dikwijls het slachtoffer van tendentieuze neigingen. Dit is vooral te verklaren door gebrek aan inzicht, gebrek aan volwassenheid en een gebrek aan ervaring.

Door sommige Italiaanse onderzoekers (1) wordt dit bijvoorbeeld verondersteld voor het ‘Lectorium Rosicrucianum’ een van de talrijke Rozekruisersorganen die inderdaad sterk de neiging hebben om te verglijden van orde tot sekte (2). Het verplicht vegetarisme, het totale alcohol- en rookverbod, drugsgebruik, gaande tot sexuele onthouding is uiteraard geen voorbeeld meer van een orde maar veeleer van een sekte. Uit dit onderzoek blijkt dat de orde-leiders het televisiekijken bijvoorbeeld ontraden (3).

Het feit alleen al dat bij opsomming van al deze feiten deze orde zich hiermee compromitteert doet ons denken dat ze eerder als een sekte dan als een orde moet worden beschouwd.

Het spijtige van een dergelijke houding is wel dat zij naast zeer leerrijke en interessante informatie zich ‘bezondigen’ aan dergelijke op sekten lijkende principes.

De volgende vraag die zich meteen stelt ‘in welk opzicht verschillen dan de denkwijzen van de broederschappen en ordes met de sekten’.

In grote lijnen volgen de occulte en mystieke broederschappen de ideeën van de Griekse filosofen. Voor hen was godsdienst geen openbaring maar moest met de rede bevattelijk blijven. De mens als verschijnsel is een schakel in een keten van levende dingen. De mens net zoals het godsbegrip is niet het centrale gegeven zoals we dit kennen vanuit de godsdiensten. Het ‘Mens ken U zelve …’ en de ‘mens is de maat aller dingen’ (5) zijn de richtlijnen voor de broederschappen.

Voor de broederschappen is er, net zoals bij de Grieken, geen ‘ontstaan’ uit het ‘niets’. Er is een ‘cyclische levensbeweging’ en geen ‘schepping’ ! De menswording van God was voor de Griekse levensbeschouwing een absurditeit. ‘Ken U zelve, en U zelve kennend zult gij God kennen’ was hun gedachtegoed.

Het begrip religie vraagt ook om meer duiding. Religie is afkomstig van het Latijn ‘religare’ wat verbinden betekent. Een binding maken tussen begin, ontstaan ( in het Grieks genesis ) en het einde of eschatologie. Alles gebeurt in een verhaal welke bestaat uit een mythe. Het ontstaan van de mens wordt de antropologie en het ontstaan van de kosmos wordt kosmologie genoemd. Of er in de scheppingsmythe een god ( of goden ) opreedt doet niets af aan het begrip religie. Een religie hoeft niet per se een godsdienst te zijn. Het atheïsme is perfect mogelijk als religieus systeem zonder godsdienst en zonder een geloof in een God.

Het is duidelijk dat in de occulte en mystieke broederschappen dezelfde vragen gesteld worden als in de filosofie en de godsdiensten. Doch de broederschappen aanvaarden geen dogmas noch een autoriteit. De filosofie welke de kern is van elke occulte en mystieke broederschap streeft geen macht na. Dit verklaart het verschijnsel van de talrijke broederschappen die van mekaar weggroeiden en die elk afzonderlijk evolueerde in verschillende takken en denkrichtingen.

De filosofie van de broederschappen leunt dicht aan het neo-platonisme in tegenstelling tot de leer van Aristoteles. Aristoteles gaat er vanuit dat de mensen ‘ongelijk’ zijn. Voor broederschappen is dit een onverenigbare visie. Nochtans zullen we in de loop van deze studie ontdekken dat sommige broederschappen en individuen zich hier hebben aan bezondigd.

Een broederschap kan ‘toonaangevend’ zijn maar zal zich nooit inlaten met het persoonlijke leven van de leden. Een opdringen van deze of gene levenswijze wordt er niet gepropageerd.

Het syncretisme en eclectisme zijn  begrippen in de occulte en mystieke broederschappen. Het syncretisme staat voor het versmelten van wijsgerige en religieuze opvattingen en meningen van verschillende herkomst waarbij ‘tegenstrijdigheden’ niet worden opgeheven terwijl het eclectisme zorgt voor een samenbrengen van verschillende ideeën. Juist deze tegenstrijdigheden vormen heel dikwijls de bron voor nieuwe gedachten. Het steeds nalopen van een synthese is geen noodzakelijkheid. Vragen ‘onopgelost’ laten in een ‘mysterie’ (6) is eerder aangewezen dan dogmatische verklaringen die elk creatief denken een halt toeroept. De vele onopgeloste vragen en raadsels van het leven zorgen voor vele mysteriën. Ook dit laatste was en is zo typisch aan de occulte en mystieke broederschappen. Sommigen onder hen noemen zich terecht een ‘mysterieschool’. Niet alleen de ‘ratio’ is zaligmakend ook intuïtie en het inleven van bepaalde levenskunsten vraagt meer dan alleen maar geijkte verklaringen.

Deze eigenschappen staan lijnrecht tegenover de visies van de klassieke godsdiensten en sekten. Met deze zienswijze kan de waarheid omschreven worden als het collectief geheugen van de mensheid. De Geschiedenis heeft ons al voldoende aangetoond dat we best geen rekenschap geven aan hen die de 'waarheid' pretenderen.

Om deze reden werden occulte en mystieke broederschappen gedurende de ganse geschiedenis steeds vervolgd. De waanzinnige drang naar het bestrijden en verwoesten van nieuwe of zelfs maar ‘andere’ ideeën is een rode draad door de ganse geschiedenis van deze broederschappen.

Dit is dan ook de belangrijkste reden waarom ze zich nauwelijks kenbaar maken. Er bestaan zeer zeker geheime orden maar de orden die in deze studie worden beschreven zijn geen geheime orden maar wel orden met geheimen.

Een andere reden waarom ze zichzelf niet zo maar kenbaar maken is meestal terug te vinden in de sterke neiging om in stilte te werken. Niet zelden werken ze als een kameleon onder telkens wisselende uiterlijkheden. Het gebruik van pseudoniemen voor de leden is dan ook geen onbekende bij deze ordes.

Tevens is er een frapant verschil in ‘recrutering’ tussen broederschappen en sekten. In principe is de kandidaat voor een orde al een hele tijd op zoek naar een orde. Dit is een natuurlijk gevolg van het reeds eerder aangehaald feit dat deze ordes of broederschappen niet in de directe openbaarheid zijn te vinden. In principe wordt niemand geweigerd in een orde of broederschap. De meeste ordes gaan er van uit dat iedereen die zoekt wel zal vinden. Elk lid is vrij om te gaan wanneer hij wil. Mocht een lidmaatschap tot een orde niet bevredigen dan verlaat hij of zij de orde zonder enig gevolg.

Ordes hebben eerder de neiging om niet zo maar iedereen te aanvaarden. Meestal is een langdurig aandringen een noodzakelijkheid. Sekten daarentegen vertonen eerder het omgekeerde beeld.

Sekten trekken gemakkelijk eenzamen, marginalen of mensen aan die heel dikwijls een sterk minderwaardigheidsgevoel hebben. Niet zelden treffen we er figuren die nood hebben aan een sterke hiërarchie en aan dogmatische leerstellingen. Dikwijls zijn het lieden die nog steeds niet hebben begrepen dat men nooit iets zal vinden bij anderen. Het gebrek aan respect voor het individu is gebruikelijk bij sekten. In een broederschap of orde wordt van bij het begin de kandidaat als een onvolmaakt wezen herkend en erkent.

Elke orde legt de nadruk op individuele ontplooiing. In sekten gaat het eerder om een collectief en dogmatisch gedachtegoed. Niet zelden wordt individuele ingesteldheid afgebroken om plaats te maken voor een collectiviteit. Er ‘bij horen’ is meestal al voldoende voor een sektelid. Zich ‘uitverkoren’ voelen en zich ‘verheven’ voelen is een typisch kenmerk van een sekte.

Wat precies als een sekte moet worden omschreven is niet duidelijk. Het begrip sekte dekt vele ladingen. Alles wat niet tot de ‘normale’ denkpatronen behoort wordt vrij snel als een sekte beschouwd. Het begrip sekte heeft een duidelijke armoede aan differentiëring. Om die reden lijkt het me eerder toegewezen te spreken van sektarisch gedrag of sektarisme.

Het grote kenmerk van elke samenleving is het aanvoelen van een zekere bescherming. Dit aanvoelen is louter psychologisch en leidt zeer snel tot het zich beter voelen binnen de groep. Zich beter voelen dan anderen is dan maar een kleine stap. Van zodra een aantal mensen zich rond een zelfde gegeven groeperen ontstaat er automatisch sektarisch gedrag. Misschien rust dit op de wet van zelfbehoud van een groep of collectiviteit. Hoe meer dezelfde idealen worden nagestreefd hoe meer kans we lopen sektarisch te reageren. Dit bleek ook uit de talrijke interviews met broederschappen die in hun gesloten ‘bijeenkomsten’ het best uitdrukking kunnen geven aan hun leerstellingen. Dit gedrag ziet men in elke samenleving en hoeft niet per se alleen gezocht te worden in religieuze of parareligieuze groepen. Sektarisch gedrag kan evengoed ontstaan in de politiek, in de wetenschap of in de sportwereld. Het hooliganisme mag daar een voorbeeld van zijn. Dit gedrag lijkt een soort van ‘collectieve territoriumdrang’ te zijn. Van zodra dit spontaan gebeurt zonder enig gevolg dan hebben we het inderdaad niet over een sekte. Zodra de ingebeelde bescherming van de groep te groot wordt stijgt ook de graad van sektarisch gedrag. De meest primitieve samenleving kent dit gedragspatroon. Andersdenkenden worden dan uitgestoten uit de gemeenschap. In die zin kunnen we dan ook spreken van een zekere gradatie van sektarisch gedrag. Sektarisme staat niet altijd in gelijke verhouding van de grote van de groep maar wel met de vasthoudendheid aan haar ideeën. Van zodra deze ideeën verder weggroeien met wat maatschappelijk aanvaardbaar is stijgt de graad van sektarisch gedrag tot een zekere verzadiging wordt bereikt. De volgende stap is dan ‘afscheuren’ van de samenleving. Juist in deze groeperingen vinden we dan ook de meest extreme ideeën die door anderen als ridicuul en als belachelijk worden beschouwd. De geschiedenis toont aan dat sektarisch gedrag gevaarlijk kan worden voor de samenleving.

De gelijkheid als principe in een broederschap is niet altijd evident. Elke groep van mensen heeft nood aan een structuur. Om die reden hebben de meeste broederschappen en ordes een hiërarchische structuur die eerder symbolisch moet worden geïnterpreteerd. Niet zelden treffen we in de geschiedenis sommige ordes aan die ‘trekjes’ vertonen van een sekte. Doch het steeds wisselen van de leiders van een orde geeft weinig kansen tot de ‘goeroe’-mentaliteit die zo eigen is aan sekten.

Als we de evolutie van het religieus-metafysisch denken onderverdelen in een aantal grote groepen dan kunnen we stellen dat het sjamanisme ( geloof in kleine godheden die men denkt te kunnen bedwingen ) wordt opgevolgd door het paganisme ( wat tot het heidendom behoort en niet verenigbaar is met de orthodoxie ) in een latere faze door het mythologisch denken en tenslotte het rationele denken.

Deze vier grote denkwijzen lopen niet altijd synchroon tussen de verschillende culturen. Het meest primitieve gevoel voor religiositeit vinden we in het sjamanisme. Het paganisme waar het animisme ( het geloof in het bezield zijn van alle dingen ) de hoofdbrok uitmaakt kenmerkt zich in een geloof in de goddelijkheid van alle dingen.

Het mythologisch denken, dat we vooral in onze Westerse cultuur het sterkst zijn gaan beleven sedert de komst van het Christendom, is op zichzelf een voortbouwen op vaarafgaandelijke mythologische elementen. De laat Egyptische beschaving kende vooral een hoog ontwikkelde mythologische manier van denken terwijl de Griekse beschaving duidelijk de eerste stap zette naar het rationele denken. Het heeft echter tot de Renaissance geduurd vooraleer het Griekse denken in zijn volgende faze tot ontwikkeling kwam.

De hedendaagse rationaliteit is een volgend stadium in de evolutie van het menselijk denken. De meeste van de broederschappen beschreven in deze studie heeft haar wortels in de Renaissance. Om die reden is duidelijk te merken dat het ontgroeien uit het mythische denken naar rationele denkwijzen zich vooral in deze broederschappen ontwikkelden. Een voorbeeld hiervan vinden we bij Michael Maïer die via de mythologie een brug wou slaan naar de Middeleeuwse Alchemie en een koppeling zocht naar de wetenschap uit de Renaissance. Voor de onderzoeker van deze ‘esoterische bronnen’ is het dan ook nodig om een duidelijk onderscheid te maken tussen het mythologische en rationele denken. De eerste sleutel tot het begrijpen van de materie, die in occulte en mystieke broederschappen worden behandelt, is de symboliek (7).

De symboliek is een taal om op een allegorische wijze iets duidelijk te maken. Elk symbool tracht een indicator te zijn voor een wetmatigheid. Dogmatische verklaringen hebben in de taal van de symboliek geen enkele zin. Elk symbool dat een vastomlijnde betekenis krijgt toegewezen vervalt tot een embleem of een teken. De taal van de symboliek staat dan ook zeer dicht bij de heraldiek. Symbolen moeten altijd vrij geïnterpreteerd kunnen worden. Een symbool vertelt nooit de ware aard van wat het wil onthullen. Een symbool definiëren impliceert de afbouw van zijn uiteindelijke waarde. De symboliek ontsnapt aan elke vorm van methodologie. Symbolen behoren tot de natuurlijke uiting van de mens. We vinden ze in onze dromen, onze mythen, onze legenden. Dion Fortune zei : "Symbolen zijn voor de menselijke geest te vergelijken met de werktuigen van de ambachtsman."

Elk symbool kan tegengestelde voorstellingen bevatten. Pluralisme is eigen aan de symboliek. Eenheidsdenken behoort derhalve niet tot de wereld van de symboliek. Juist een totaliteitservaring is de zin van het begrijpen van een symbool. Het symbool hoort dan thuis in de visie van het Holisme (8). Het Holisme is de filosofie van een totaalgebeuren. De mens is in staat symbolen te creëren die het hem mogelijk moeten maken tot de essentie van dit totaalgebeuren door te dringen. Symbolen bestaan er niet om hun ‘betekenis’ te ontsluieren maar wel om een ‘zin’ te geven aan het menselijk bestaan.

Symbolen zijn voorstellingen van steeds terugkerende ‘waarden’. Dit heet Perenialisme, afgeleid van het latijn ‘perennis’ wat betekent : het gehele jaar durend, voortdurend, onafgebroken duur, voor altijd, voor eeuwig. In de loop van deze studie zullen we geregeld geconfronteerd worden met deze principes. Deze ‘eeuwige waarden’ die op een symbolische wijze worden voorgesteld, bestaan in alle culturen. Vanuit dit standpunt is het dan ook niet verwonderlijk dat alle culturen gelijk(w)aardige symbolen kennen. Carl Gustav Jung gaf hieraan een verklaringsmodel vanuit de dieptepsychologie waarbij deze terugkerende waarden zich uiten in archetypen. (9)

Broederschappen maken veel gebruik van symbolen. Symbolen kunnen figuratieve uitbeeldingen zijn maar ook bepaalde gebaren en handelingen.

Zo is elk inwijdingsritueel een opvolging van symbolische handelingen die een diepere betekenis hebben. Elk ritueel beantwoord aan vooraf uitgeschreven regels. Elk ritueel werkt als een katalysator naar een dieper begrip van wat het symbool tracht voor te stellen. Symbolen worden dan werktuigen.

Elk ritueel heeft zijn specifieke betekenis. Broederschappen kennen meestal meerdere inwijdingsrituelen. Het totale pakket aan rituelen heet een Ritus. Binnen een zelfde broederschap kunnen verschillende riten bestaan. De meeste riten kennen drie of meer rituelen die verspreid in de tijd worden ondergaan. De opeenvolging van deze rituelen gaan veelal automatisch of gekoppeld aan een werkstuk gemaakt door de kandidaat. Binnen de Vrijmetselarij spreekt men van ‘loonsverhoging’.

De oorsprong van de rituelen dient gezocht te worden in de oude mysteriën. In de Klassieke Oudheid kende men riten. Het ritueel heeft nooit zijn betekenis verloren al worden ze met de regelmaat aangepast en herwerkt.

Men behoud het grootste ‘stilzwijgen’ over een rite. De reden is heel eenvoudig. De beleving van een ritueel is strikt persoonlijk en kan derhalve niet worden medegedeeld aan de profaan. Het begrip profanum komt van het Latijn en betekent ‘hij die voor de Tempel staat’.

De ingewijde is hij die de Tempel is binnengetreden en het ritueel heeft ondergaan. Hij is geïnitieerd. Hij behoort tot de ingewijden. De ervaring opgedaan tijdens een ritueel onthullen aan een profaan is een onmogelijke taak.

Een ander element dat in alle broederschappen wordt nagestreefd is het principe van de utopie. Utopische denkbeelden zijn de voorstelling van een ideale samenleving. Meestal krijgt het begrip utopie een nare bijsmaak doch dient het principe van de utopie beschouwd te worden als een model waarbij een groep van mensen idealen vooropstellen die zij per se willen realiseren. Een van de positieve eigenschappen van de utopie is dat zij een voedingsbodem is voor creatief denken en een onmiddellijke weerslag heeft op de samenleving. Het begrip utopie is gebaseerd op het werk van Thomas More genaamd naar zijn boek ‘Utopia’. De wereld van het utopisch denken is al even oud als de mensheid en behoort derhalve tot het Perenialisme. De eerst ons op schrift gestelde utopische ideeën vinden we in de werken van Plato. De Staat mag daar een voorbeeld van zijn. Later in de geschiedenis vinden we dezelfde utopische denkbeelden terug bij Joachim de Fiore, Thomas More ‘Utopia’, Thomas Campanella ‘Civitas Solis’, Francis Bacon ‘Nova Atlantis’ en Johann Valentin Andrea ‘Fama Fraternitatis’ en 'Christianopolis'.

Het grote kenmerk van de utopie is dat ze gedoemd is tot verdwijnen. Van zodra een utopie verdwijnt maakt ze plaats voor een nieuwe met de steeds terugkerende eeuwige waarden. Het is de Feniks die uit zijn as verrijst.

De menselijke drang naar een utopische samenleving verklaart dan ook voor een deel het ontstaan van broederschappen. Andere elementen worden verder in de studie besproken. De Orde van het Rozenkruis is daar het meest treffende voorbeeld van. De hedendaagse Ordes die zich aanhangers van het Rozenkruis noemden zijn de voortzetters van de vooropgestelde idealen uit de zeventiende eeuw. In deze context kan men spreken van een historische binding met het verleden. Dit is dan ook de enige. Historische bindingen van de hedendaagse Rozekruisersordes met de oorspronkelijke broederschap zijn er niet.

In bovenstaande regels werd gezegd dat pluralisme de sleutel is tot een beter begrip omtrent de definitie van een broederschap. Dit laatste geldt niet alleen voor occulte en mystieke broederschappen maar is een regel voor elke groep van mensen al dan niet zichzelf uitroepend tot een broederschap. Het veelvuldig voorkomen van eenheidsdenken in veel esoterische stromingen houdt gevaren in zich. Uit deze studie zal snel blijken dat eenheidsdenken meestal ontaard in de ‘enige’, de ‘waarheid’, het ‘zaligmakende’. De geschiedenis leert ons dat deze denkwijze steeds ontaard in het waanzinnig uitroeien van andersdenkenden. Er kan natuurlijk een eenheidsbeleving in het kader van een pluralisme bestaan maar nooit een eenheidsdenken. Deze laatste denkwijze vinden we dan ook in sekten. Ook sommige broederschappen en met name de Neo-Tempelierordes in het begin van de twintigste eeuw hebben met hun ideeën de voedingsbodem bemest voor het later ontstane Nazisme en Fascisme (10). Dit eenheidsdenken leidt onherroepelijk tot één godsdienst, één wereldvisie, één rijk ! Eenheidsdenken lijdt tot een vorm van fascistoïde gedrag. Het is zonneklaar dat in occulte en mystieke broederschappen deze denkwijze veelvuldig voorkomt. De studie zal dit extra beklemtonen daar waar het nodig blijkt als element tot verder onderzoek. Het is opvallend dat dit soort denken heel snel voeding vindt in extreme politieke denkrichtingen. De relaties tussen occulte en mystieke broederschappen en extreem-rechtse denkwijzen komen in deze studie aan bod. Talrijke andere onderzoekers kwamen tot dezelfde vaststellingen. De relaties die er bestaan tussen fascistoïde gedrag en sekten is een bekend feit. Bij occulte en mystieke broederschappen is dit echter minder bekend. Hugo Stamm (11) vergelijkt in zijn uitmuntende studie sekten met totalitaire groepen. Ook deze schrijver doet een poging om occulte en mystieke sekten te demystifiëren. Talrijke andere uitgaven (12 ) geven ons een dieper inzicht in de werkingsmechanismen van dit soort denken.

 


(1) Deze conclusies zijn afkomstig van Massimo Introvigne ( 14/6/1955 ) leraar geschiedenis en godsdienstsocioloog aan het Atheneum Regina Apostolorum van Turijn. Hij stichtte in 1988 het CESNUR ‘Center for studies on new religions’ ‘Centro Studi sulle Nuove Religione’. De Voorzitter van het Cesnur is Mgr. Giuseppe Casale, aartsbisschiop van Fuggia. De hele opzet van het CESNUR staat onder voogdij van Mgr. Giovanni Saldarini, aartsbisschop van Turijn, en staat onder controle van het Vaticaan. Massimo Introvigne is stichtend lid van de ‘Alllianza Cattolica’ een rechtse afdeling van de Italiaanse Kerk opgericht in 1960. Het CESNUR heeft zijn hoofdzetel te Turijn en een zetel te Parijs. Het CESNUR te Parijs staat onder het gezag van Antoine Faivre. Het Cesnur in de Verenigde Staten wordt voorgezeten door J. Gordon Melton en is gekoppeld aan de Universiteit van Santa Barbara. Het is niet onwaarschijnlijk dat deze studiegroepen op een gretige wijze de studie van allerlei secten aanvatten ter verdediging van de Rooms Katholieke Kerk. Gelijkaardige bewegingen vinden we in Groot-Brittannië onder de naam CENERME ‘Centre for New Religious Movements’ onder het voorzitterschap van Jack Thompson. De groep GRIS ‘Groupe de recherche et d’information sur les sectes’ in Zwitserland onder de hoge bescherming van Mgr. Giovanni Marinelli, prelaat van het Vaticaan.

De Alliaza Cattolica is dan weer op zijn beurt een dochterorganisatie van het internationale TFP ( Tradition, Family and Property ). Het is een oer-conservatieve club van meestal rijke en dan ook meestal invloedrijke katholieken die strijden tegen het socialisme, het communisme, de vakbonden en al wat progressief is. Het TFP heeft op zijn beurt dan weer bindingen met andere rechts-katholieke organisaties zoals het Opus Deï en de Ridderorde van Malta. Zo is eveneens bekend geraakt dat de Amerikaanse leider van het Cesnur, J. Gordon Melton, zich op kosten van de Aum-sekte liet overvliegen naar Japan om, na de aanslagen van de sekte op de metro in Japan, deze sekte te verdedigen in het kader van ‘religieuze onderdrukking’.

( 2 ) Deze dogmatische houding is historisch geërfd van het Rozenkruisers Genootschap van Max Heindel waar zij trouwens historische banden mee hebben ( zie hoofdstuk Lectorium Rosicrucianum )

( 3 ) Het onderzoek naar de secten door het Belgisch Parlement heeft ook zo zijn twijfels omtrent het CESNUR. Een uittreksel uit hun rapport daterend van 1997 zegt het volgende over het CESNUR : " Il y a quelques années les sectes se sont unies au sein de la FIREPHIM, la ‘Fédération internationale des religions et philosophies minoritaires’, sorte de contrat d'assistance mutuelle entre les sectes lorsque l'une d'elles est mise en accusation ou menacée. Comme la FIREPHIM a rapidement été débusquée, les sectes ont créé une structure parallèle, le CESNUR, Centre d'études sur les nouvelles religions, dont le directeur est Massimo Introvigne, professeur à l'Athénée pontifical Regina Apostolorum, relevant du Vatican. Cet athénée a été fondé par les Légionnaires du Christ, mouvement très proche de l'extrême droite européenne, en fait une extrême droite catholique intégriste. C'est actuellement par ce relais que toutes les sectes européennes essaient d'obtenir une sorte de caution morale, publique et politique. Ce même Introvigne est, par ailleurs, responsable d'une structure dénommée Alleanza Cattolica, l'équivalent romain de Tradition-Famille-Propriété, qui est une secte d'extrême droite." ( Nederlandstalige versie zie voetnoot (4))

Massimo Introvigne is lid van het CCD, een extreem-rechtse afsplising van de Italiaanse democraten. Zij gingen een alliantie aan met de neofascist Fini en het Forza Italia !

(4) Enkele jaren geleden hebben de sekten zich verenigd in FIREPHIM (Fédération internationale des religions et philosophies minoritaires — Internationale federatie van minoritaire godsdienstige en filosofische overtuigingen), waarbij zij zich tot een vorm van onderlinge bijstand verbonden als een van de sekten werd beschuldigd of bedreigd. Aangezien FIREPHIM al snel werd ontmaskerd, hebben de sekten uiteindelijk een parallelle structuur opgericht, met name CESNUR (Centre d’études sur les nouvelles religions — Onderzoekscentrum voor nieuwe godsdiensten). Directeur van dat centrum is Massimo Introvigne, leraar aan het pontificaal atheneum « Regina Apostolorum », dat onder de bevoegdheid van het Vaticaan ressorteert. Dat atheneum werd opgericht door het Christuslegioen, een beweging die nauw aanleunt bij Europees extreem rechts en eigenlijk een extreem rechtse en fundamentalistisch katholieke organisatie is. Op die manier proberen alle Europese sekten een soort morele, openbare en politieke legitimiteit te verwerven. Diezelfde Introvigne staat trouwens ook aan het hoofd van Alliancia Catholica, zowat het roomse equivalent van de extreem rechtse sekte ‘Tradition Famille Proprieté’.

(5) Protagoras

(6) Afkomstig van het Grieks ‘musterion’ wat geheim betekent. Het Latijnse ‘mysterium’ is van dezelfde stam afkomstig.

(7) De symboliek is de leer van de verhoudingen tussen symbolen onderling. Afkomstig van het Grieks ‘to seima’ wat een ‘herkenningsteken’ betekent in letterlijke zin maar eveneens een hemelteken kan zijn. Symbolon betekent dan weer ‘ter vergelijking’.

(8) Holisme staat voor de opvatting dat er een samenhang bestaat in de werkelijkheid die enkel uit een beschouwing van het geheel blijkt en niet terug te vinden is in de onderdelen.

(9)Archei = Grieks voor het 'begin'.

(10) Politiek systeem berustende op ultranationalistische, autoritaire en onverdraagzame beginselen.

(11) Hugo Stamm ‘In de ban van een sekte’ - Intimidatie en dwang in nieuwe religieuze bewegingen - Ten Have 1996

(12) AZIZ, Philippe - Les Sociétés Secrètes Nazies - 1978 Editions Idégraf - Genève.

BOSBEKE, Andre van - Chevaliers du vingtième Siècle - 1988 EPO. Eveneens in het Nederlands verkrijgbaar onder de titel ‘Ridders van nu’, EPO dossier.

GOODRICK-CLARKE, Nicholas - The occult roots of Nazisme - 1992 New York University Press

MARHIC, Renaud - L’Ordre du temple solaire - enquête sur les extrémistes de l’occulte - II - 1996 L’Horizon Chimérique - Bordeaux.

CAILLET, Serge - L’Ordre Rénové du Temple - Aux Racines du Temple Solaire - Suivi du témoignage de Raymond Bernard - Editions Dervy - Paris.

SABAH, Lucien - Une police politique de Vichy : le Service des Sociétés Secrètes - 1996 Klincksiek - Paris.

BERESNIAK, Daniel - Facisme Intégrisme ‘Les Cavaliers noirs de l’ésotérisme - 1988 Editions Détrad, Paris

 

1