1850-1900 DE VERENIGDE STATEN : DE VOORGESCHIEDENIS


"Indien de mensen elkaar zouden begrijpen, zouden zij als het ware één ras vormen, één volk, één gezin, één school van God en dan zal er vrede heersen over de wereld. Haat en het beginsel van haat zullen verdreven zijn evenals alle tweestrijd onder de mensen. Want er zullen geen redenen meer zijn voor afwijkende meningen wanneer de mensen dezelfde Waarheden duidelijk voor hun ogen zien."
( Comenius - 1668 )

 

De geschiedenis van het occultisme in de Verenigde Staten begint met het jaar 1694 het jaar waarin Johannes Kelpius ( 1673 - 1708 ) voet aan wal zette (1).

Kelpius die goed op de hoogte was van de Kabalah via de ‘Kabalah denudata’ van Knorr von Rosenroth was goed bevriend met Johannes Fabricius. Het verregaande antipaus standpunt van Kelpius maakte hem niet geliefd. Zijn connecties met allerlei in het occultisme geïnteresseerde personages dwongen hem wel zijn geboortestreek te verlaten. Rond 1690 had hij een groepering gesticht onder de naam ‘Chapter of Perfection’ welke eveneens de naam droeg van ‘Collegium Pietatis’. Een aantal leden van deze groep zijn ons bekend : A.H.Francke, Daniel Falkneu, Anna Maria Schuckart en Heinrich Bernard Köster. Het was binnen dit collegium pietatis dat de beslissing viel Duitsland te verlaten en koers te zetten via Nederland en Engeland naar de Nieuwe Wereld. Het was Zimmermann die het tijdstip had berekent op basis van astrologische argumenten. Zimmermann haalde zijn doel niet en overleed in Nederland. De groep die uiteindelijk vertrok telde 47 zielen. Op 7/2/1694 vertrekken ze vanuit Londen met de ‘Sarah Maria’ onder het waakzame oog van kapitein John Tanner.

De gegevens van dit verhaal zijn afkomstig uit de dagboeken van Kelpius in het bezit van J.F.Sachse die er een heel archief op na hield van het doen en laten van deze groep mystici. Deze piëtisten hadden volgens Sachse geen bindingen met de Rozekruisers zoals dit later door o.a. Spencer Lewis werd beweerd.

Kelpius vestigde zich met zijn volgelingen in de nabijheid van Germantown Creek. Na de dood van Kelpius werd Conrad Matthai ( 1678 - 1748 ) zijn opvolger. Bij Matthai ontstond een groep mystici die allen in een gemeenschap leefden. Zij waren veelal bekend omwille van hun genezende therapiën en hun onderzoek naar de occulte wetenschappen. In de loop van de 18° eeuw schijnt deze groep te verdwijnen en verliest de Verenigde Staten z’n eerste esoterische input vanuit het Europese continent.

In de tweede helft van de negentiende eeuw zien we een aantal merkwaardige broederschappen ontstaan meestal onder de naam van Rozekruisers.

De Vrijmetselarij was in de Verenigde Staten reeds zeer aktief evenals andere broederschappen die we reeds beschreven hebben in vorige hoofdstukken. De meeste van deze broederschappen en Ordes kennen dezelfde struktuur als hun Europese afdelingen. Ze verschillen derhalve niet met hun geestesgenoten van het Europese continent.

Een aantal merkwaardige figuren zullen in de tweede helft van de negentiende eeuw en begin van de twintigste eeuw hun stempel drukken op de geschiedenis van de occulte en mystieke broederschappen in de Verenigde Staten. Onder de Verenigde Staten begrijpen we dan wel Noord-Amerika. De situatie in Zuid-Amerika volgt later in de geschiedenis. De belangrijkste figuur voor dit continent is Dr. Arnold Krumm-Heller ( 15/04/1876 - 19/5/1949 ) met zijn ‘Fraternitas Rosicruciana Antiqua’.

De figuren die de tweede helft van de negentiende eeuw bepalen zijn : Pascal Beverly Randolph ( 08/10/1825 - 29/7/1875 ), Helena Petrovna Blavatsky ( 12/08/1831 - 08/05/1891 ), Charles E. Meyer ( 1839 - 1908 ) en Sylvester Clark Gould ( - ?/7/1909 ). Gould had belangrijke contacten met dr. Edouard Blitz de man die door Papus was gemachtigd de Martinistenorde in de Verenigde Staten verder te zetten. Gould had eveneens veel contacten met Peter Davidson die eveneens Martinist was en een van de leiders van de ‘Hermetic Brotherhood of Luxor’.

De leiders van de twintigste eeuw worden : Max Heindel ( 23/7/1865 - 6/01/1919 ), George Winslow Plummer ( 1876 - 23/1/1944 ), Reuben Swinburne Clymer ( 25/11/1878 - ?/06/1966 ) , Hervey Spencer Lewis ( 25/11/1883 - 2/08/1939 ) en Paul Foster Case ( 3/10/1884 - 2/3/1954 ).

De belangrijkste nieuwe Ordes of genootschappen zijn : De ‘Theosofische Vereniging’ van Blavatsky, de ‘Fraternitas Rosae Crucis’ van Randolph, de ‘Societas Rosicruciana in America’ en de ‘Societas Rosicruciana in Civitatibus Foederatis’ onder de respectievelijke verantwoordelijkheid van Gould en Meyer, de ‘Rosicrucian Fellowship’ van Max Heindel en ‘Amorc’ met Hervey Spencer Lewis.


(1) Zie hoofdstuk ‘Johann Georg Gichtel ( 1638 - 1710 )’

 

1